Blom 100 jaar!
“Vroeger kon je er van genieten
en nu eet je er van”
100 jaar Blom in Hoogland, 100 jaar midden in Hoogland
Stel u leeft al een eeuw, en uw lijf gaat nog lekker mee, bent nog goed gezond, groeit zelfs behoorlijk, terwijl afvallen u niet zou passen. U woont gelukkig nog op hetzelfde stuk grond, als waar u geboren bent en u staat midden in de samenleving, waar u iedereen kent en andersom iedereen u. Dan heet je Blom Elektro en Blom Rijwielhandel. Het verhaal is natuurlijk al op veel manieren bij veel jubilea verteld, want het 25, 50, 75 jaar bestaan van een bedrijf zijn natuurlijk enorme mijlpalen. Wie dat zo lang uithoudt is niet alleen een goed zakenman, maar is diep, zeer diep geworteld in de maatschappij. Vorige week vierden de gezamenlijk ondernemingen Blom Electro en Blom Rijwielhandel het 100- jarig bestaan in besloten kring. Het personeel, het oud personeel en een aantal bijzondere genodigden waren aanwezig in partycentrum ’t Hoogh Landt en hadden een nostalgisch weerzien met elkaar en met producten, machines en ander materieel uit vervlogen tijden.
De Hooglander Courant geeft u op deze pagina een beknopt overzicht van een bedrijf, dat 100 jaar geleden werd gesticht door Thimoteus Johannes Blom aan de Zevenhuizerstraat D7 (later 45, nog weer later 101) en zijn vrouw Anna van de Hoef. De beide jonggehuwden trokken in 1906 naar Hoogland om daar hun leven samen te starten. Thimoteus was ‘keuen snieer’, maar ook rijwielhersteller- en handelaar.
Tot de eerste Wereldoorlog bleef de firma Blom enige vorm van ellende gespaard, en ook de oorlog zelf, waarin Nederland een neutrale positie innam, ging eigenlijk zonder enig beroeren voorbij. Tot in 1916 het zo ongelooflijk hard en lang geregend had, dat we er een watersnood in Hoogland aan overhielden. Een dikke meter water en blubber stond er in het huis aan de Zevenhuizerstraat D7. Thimoteus redde eerst de voorraad fietsen door die snel ‘op de hilt’ te zetten. Daarna spoedde hij zich naar zolder, alwaar hij een vlot bouwde, voor als het stijgen van het water nog lang door zou gaan. Gelukkig is het vlot niet nodig geweest en dat is maar goed ook, want later, toen het vlot van zolder af moest zou het niet eens door het ‘balkenluuk’ hebben gepast om het naar buiten te voeren.
Elektriciteit, een wereldwonder in Hoogland
Kort na de eerste wereldoorlog begon men in Hoogland langzaam maar zeker aangesloten te geraken op elektriciteit ( het duurde overigens nog tot ver in de 50-er jaren, eer heel Hoogland was aangesloten). Nieuwe markten, nieuwe handel, dacht Thimoteus en hij ging gloeilampen, fittingen, draad, zekeringen en schakelmateriaal verkopen. Slim.
Nog slimmer was zoon Reis. Die was niet alleen een getalenteerd verkoper in zijn jonge jaren (hij verkocht de eerste buizenradio-uiteraard- aan de baron), maar hij bezat een knobbel voor techniek. Hij was technisch super begaafd en was zijn tijd ver vooruit. Niet voor niets dat de toen jonge Frits Philips (ja, die!) op bezoek kwam in het plattelandsdorpje, zeg maar gehucht Hoogland, om daar de basis te vinden voor een van de succesvolste Philips producten van later datum. De techniek is niet te stuiten…Thimoteus zag brood in het automobiel. Omdat hij niet direct een taxivergunning kon krijgen begon hij daarmee een autoverhuurbedrijf ( maar wel met chauffeur) en Reis werd aangesteld als chauffeur, na een korte praktijkopleiding (zo jong, jij weet hoe het werkt, laat maar een s wat zien, hetgeen een 5 minuten later resulteerde in: “je weet hoe het moet, in de praktijk leer je er wel mee omgaan”. Hup, daar gong Reis met Pastoor de Jong naar Brabant. Onderweg netjes als goed katholiek op vrijdag vis bestellen voor het diner, terwijl de pastoor zich tegoed deed aan de heerlijkste dikke biefstukken. “Op reis heb je ontheffing Reis…” zo sprak hij.
Toen in 1940 half Hoogland werd platgegooid “Om schootsveld te creëren” Coelhorst en het pand D7 incluis (later herbouwd kreeg het nr 45), had kort daarvoor de firma zich in het verplichte handelsregister ingeschreven. Tot zijn overlijden in 1956 heeft Thimoteus het heft altijd zeer strak in handen gehad. De onderneming groeide en bloeide op zijn vermogen mensen en bedrijven aan zich te binden. Zijn dochter Nol vond een huishoudbetrekking bij een weduwnaar met kinderen, Tolboom genaamd, met wie zij spoedig in het huwelijk trad. Ries Tolboom was een van die kinderen. We praten 1953.
Thimoteus kocht zijn eerste TV. Natuurlijk om te kijken, maar vooral om nieuwe zieltjes te werven voor het magisch oog. Niet voor niets dat wekelijks, wanneer alle kinderen voor de (een van de eerste!) ‘kwelbuis’ gevangen zaten, dat de pastoor (Hendriks) mee kwam kijken (stel je voor!). Onder het genot van een dikke sigaar en een glas goede cognac, zaten ze samen te kijken. Wanneer er van de eveneens meekijkend jeugd teveel herrie kwam, gaf de pastoor een signaal en direct daarop klonk de basstem van Thimoteus: “Niet zitten kletsen daar!” Zoals in zoveel steden en dorpen in die tijd, keek iedereen bij de mensen die een televisie hadden.
De moderne geschiedenis
Toen Thimoteus in 1956 overleed, kwam het bedrijf onder leiding te staan van Reis en Bart en toen kreeg de firma een stevige duw in de goede richting. Het bedrijf bestond 50 jaar en had een goed fundament. Het jubileumfeest werd om begrijpelijke reden afgeblazen en de toekomst begon. Met Ries Tolboom als ’knecht’, die werkelijk voor niets zijn hand omdraaide (elektra aanleggen, auto’s repareren, motoren, antennes plaatsen en natuurlijk, zijn grote passie: Rijwielen herstellen!) kwamen er veel jongeren op de zaak met aantrekkingskracht af. Er gebeurden daar immers dingen die de jeugd van toen erg aansprak. Motoren, bromfietsen en grote Amerikaanse sleeën. Een jongerenhonk, een sociaal trefpunt. En niet alleen jongeren, maar ook de boeren kwamen steevast een keer in de maand de rekening betalen. Dat gebeurde altijd aan de keukentafel met een dikke sigaar en een cognacje erbij. En ook als je gewoon als klant rond koffietijd in de winkel was, dan dronk je gewoon een bakkie mee. Altijd vol dus.
En dan die Amerikaanse auto’s. Die hadden ze gekocht voor het taxi gebeuren. Chevrolets, Buick’s, Oldsmobile…grote Amerikaanse bakken, die rouw en trouw rijden verzorgden, maar die je ook kon huren. Ad Keizer, ‘Blom’ kenner bij uitstek, vertelt zijn verhaal: “Ja, we konden die Amerikanen huren voor een kwartje de kilometer. Nou dat was dikke pret, want met zijn zessen erin was geen probleem en dan naar Amsterdam. Zodra ‘de Bloem’ (Reis) uit het zicht was, ging het gas erop (8 cilinders 4 liter motorinhoud…) en scheurden we naar Amsterdam, langs de grachten en door alle spannende stegen, want dat was toen nog geen voetgangersgebied. En dan weer terug, uiteraard zonder bob….De man een paar gulden aftikken en klaar was Reis.”
Volgende generatie
Timo en Bart, de zoons van Reis waren toentertijd voorbeeldige middenstandszonen. Elk vrij uurtje werd er meegedraaid in het bedrijf. Timo iets eerder, die ging mee om te sjouwen en bij te lichten. Het gebeurde regelmatig, dat hij pas om 2 uur ’s nacht te bed lag, vanwege een uit de hand gelopen ‘kopje koffie’ na het werk. Bart zat al vroeg in de fietsenbusiness. Banden plakken enzovoort. Alleen de benzinepomp bedienen, dat was lekker werk, want je mocht de fooien zelf houden. Het eerste echte werk van Timo werd hem geleerd door de inmiddels volleerde ambachtsman Ries Tolboom. Elektra aanleggen en antennes plaatsen, was eind jaren zestig dagelijks werk. Timo leerde er wel voor, maar Ries was de man van de praktijk en daar had Timo toch meer aan.
Medio jaren zeventig kwamen Timo en Bart als werknemer in dienst van de firma en toen de ‘ouwe blommen’ tegen de pensioengerechtigde leeftijd kwamen, hebben Bart ,Timo en Ries de zaken samen opgesplitst en overgenomen. Ome Bart heeft nog enkele jaren als ‘adviseur’ van Bart en Ries gefunctioneerd in de rijwielhandel (hij maakt nog vaak de dienst uit), en door de fabelachtige groei in het installatie werk bij Timo aan de electrokant, ging het winkelgebeuren er onder lijden en vroeg Timo ten einde raad zijn broer Bart om partner te worden in zijn zaak. Goed afspraken van toen werpen vandaag de dag nog steeds zijn vruchten af. We zijn inmiddels in 1989.
Groei
Kort daarna verdwenen de benzinepompen uit het straatbeeld. Door het vertrouwen van de Hooglandse consument, maar ook steeds vaker van de bewoners uit de nieuwe Amersfoortse wijken Kattenbroek en Nieuwland, groeiden Blom Electro en Blom rijwielen als kool. Ook modernisering en automatisering stonden hoog in het vaandel bij de heren Blom en Tolboom. Zoals we recent hebben meegemaakt zijn er in verschillende fases nieuwe stukken gebouwd aan het oude ‘stamhuis’(inmiddels bevorderd tot nr. 101) voor de rijwielhandel, een moderne werkplaats werd ingericht, een ruime showroom en aansluitend daarop ook een ruimere electrozaak.
Vandaag de dag is Blom Electro een goede speciaalzaak in wit- en bruingoed, zoals dat in vaktermen heet en uiteraard een elektrotechnisch installatiebedrijf met een ruime klantenkring. Blom rijwielhandel is een echte dorpswinkel met een uitstraling van “hier gebeurt het, hier moet je bij zijn… “ Om de groei op te vangen vanuit de andere wijken heeft Ries inmiddels ene vestiging in het winkelcentrum in Nieuwland geopend en om d e continuďteit van de onderneming te waarborgen zijn sinds enige tijd zijn zoon Maurits en dochter Colette als partner in de zaak opgenomen. Na een gesprek met de heren ondernemers was de stemming prima. Oude herinneringen ophalen brengt soms schitterende oneliners voort: “Vroeger kon je er van genieten en nu eet je ervan” (en dat is ook genieten!)
Keuen snieen, een eeuwig beroep
Het castreren van beren (voor leken: mannetjes opfokvarkens) was 100 jaar geelden een werkje van niks, vandaag de dag nog steeds niet. Maar ga er maar aan staan bij 150 biggen, of 200, per week of nog meer. Het was en blijft vaardig handwerk. Vroeger was het iets dat je erbij deed, tegenwoordig een dagtaak in de bio-industrie. Thimoteus Blom bouwde een reputatie op, deed de praktijk later over aan zijn zoon Hannes, terwijl diens zoon Anton, vandaag de dag nog steeds hetzelfde oude beroep uitoefent. Wat vroeger aan inkomsten gewoon in de algemene middelen werd gestopt met omschrijving ‘keuen snieen’, wordt vandaag geheel zelfstandig door Anton Blom uitgevoerd.
Kinderwagens
Als je kleren naait voor hoofdzakelijk dames, ‘Tante Mie’ de dochter van de oprichter deed dat, en dan voornamelijk bruids- en luxe japonnen, dan moet je goed materiaal hebben om dat spul te maken. Dus verkocht Thimoteus zijn eerste naaimachine aan zijn dochters nering, terwijl hij ernaast een handeltje begon met de merken Singer, Pfaff, en het in Hoogland en omstreken wereldberoemde merk ‘Haijeteneu’. Tante Mie hoorde natuurlijk wel eens wat… bijvoorbeeld waarom sommige bruidsjurken zo’n haast hadden, en vader begon een handeltje in kinderwagens erbij…vanaf de dertiger tot eind jaren 50 een lucratieve bron van inkomsten.
Jubileumfeest
Omdat het 50-jarig jubileum werd overgeslagen, vond de leiding van de Blom firma’s het belangrijk om alle werknemers én oud-werknemers van alle jaren terug, die er nog zijn, uit te nodigen voor een feest in Partycentrum ’t Hoogh Landt. Een expositie van documenten en wetenswaardigheden uit het prive archief van de ondernemers illustreerde de tijdgeest van de vele jaren waarin men al actief was. St. Caecilia bracht een aubade en………………. Op laatst e moment in te vullen wat er te doen was.
Historische Kring rijk aan gegevens
Uit de archieven
Wij gaan, zoals beloofd, regelmatig op zoek naar dingen ‘uit de oude doos’ en graven dan in de archieven van de Historische Kring Hoogland. We zoeken naar leuke en herkenbare zaken. Zaken die vandaag natuurlijk heel anders zijn, maar wel illustreren dat de ouderen onder ons, vroeger eigenlijk hetzelfde meemaakten als de jongeren van nu. Eigenlijk staat de tijd gewoon stil…
Onderstaand een artikel van de hand van Kees Boon, dat is verschenen in de “Jeugdecho” , een blad voor en door de jongeren van toen, geďnitieerd, zoals toen zoveel zaken, door de kerk. Dit artikel is uit de tweede editie van april 1955, 50 jaar geleden dus… Lees het met veel plezier, net zoals wij dat deden.
Zondagavond
Jeugdecho is een aardige naam voor ons tweemaandelijkse dorpsblaadje, maar het moet dan ook een naam zijn die de lading dekt. Hiermee wil ik maar zeggen, dat de jeugd werkelijk iets van zich moet laten horen. Toen in een gesprek met mijnheer Kapelaan het idee opkwam om een in “Jeugdecho” te schrijven, wat onze jeugd zoal op zondagavond uitspookt lag het dus voor de hand, dat ik een zondagavond zomaar eens alle trefpunten afging.
Dit heb ik tweede paasdag gedaan en hier volgt dan het verslag. Half tien stapte ik op mijnfiets en begon bij de Faam. Van buiten is de Faam maar een oude schuur, maar de smaakvolle inrichting aan de binnenkant verwacht je niet achter de muur die op instorten staat. Er gebeurde echter niet veel, wat van belang is voor de inhoud van ons praatje. Enkele aangeschoten Soesters, die alsmaar beweerden dat er in Soest zoveel beter gevoetbald werd dan in Hoogland, vier schutjassers, die rood aanliepen van spanning (de ene partij stond al op drie, de andere nog tussen de kreupels), een vrolijk drietal, dat op het biljart een ‘kurkje’ maakte en tenslotte de kastelein, die hier en daar op het geringste gebaar het glaasje vulde. Van de Faam tot aan Jan van Langenoord kwam ik niet veel tegen.
Het verheugde me dat ons nieuwe Concordia inmiddels zonder de steun van de steigers op eigen fundamenten stond en langs de trieste brokstukken van onze parochiekerk kwam ik op de Langenoord, een echt plattelandscafé! Muziek van ‘Kleine Greetje uit de polder’ , een aantal houten stoelen, een stok kaarten en een kastelein die alles geeft wat in de diverse glazen en glaasjes past….een paradijs voor jongens, die zich anders vervelen…Met een hengst op tafel wordt troefboer gespeeld, met een voorzichtige teug uit zijn glaasje speelt de ander zijn kale negen…de boom stond 5-5….ik schud ‘t….herschud….nooit…(spreek uit: nőőt). Toch had hij het moeten geven, want hij was het schoon ‘kwiet’, dus werd het een herschud-verlies, niet gegeven, onder Jan gebleven…vijf af! ”Een borrel voor de mannen, Geertje!”
In eenhoek zaten drie jongen zonder kaarten, alleen met jenever. Ik had de moed een gesprek met hen te beginnen en ging dus ook maar aan het tafeltje zitten, waarop bij wijze van kleedje een plasje Ouwe Klare lag. Na wat heen en weer gepraat vroeg ik langs mijn neus weg of ze het ook geen ramp vonden, zo’n lange zondagavond. Toen kwam een wijs woord: ‘Wil je wel geloven dat ik blie bin, as het tienuur is en het zo’n bietje tied is om naar huus te gaan…’ De spreker hing in zijn stoel, zo vervelend mogelijk en wreef met zijn glaasje door het plasje Ouwe Klare, Ik kan me voorstellen dat hij er zo over denkt en ik vind hem eigenlijk nog een moordknul, dat hij het nog durft te zeggen ook.
Ik betaalde mijn borrel en ging naar de Kolkrijst. Het café was leeg, de stoep ervoor tjokvol. Ik ging er maar tussen staan. Het werd even stil en toen zei er een: “Jie komt vast van de pastoor om te kieken wat wullie op Zondagavond uutvreten…”, …”dat heb je goed” zei ik maar, …”ik ben kapelaan in burger” Verder werd er niet veel gezegd, wel af en toe gesnauwd, wanneer de een de ander met zijn kop in de wetering dreigde te zetten. Weer vroeg ik zo onverschillig mogelijk, wat ze nu eigenlijk deden zo’n zondagavond. “Een vrouw zeuken…” werd er meteen gezegd. Blijkbaar is het dan gewoonte om je zondagavond op de Kolkrijst door te brengen, zolang je in dat ‘zeuken’ nog niet geslaagd bent. Dat hij nog steeds geen meisje had, kon ik me best voorstellen, want zijn manier van ‘zeuken’ was elk meisje zo hard mogelijk naschreeuwen. Toch had die knul het in zoverre bij het recht eind, dat vrije tijdsbesteding voor onze jeugd het moeilijkst is in de tijd dat ze nog geen meisje hebben.
Ik moest nu opschieten, want om half elf was het dansen bij janus afgelopen en ook dat wilde ik nog even meemaken. Het was net afgelopen toen ik kwam. Ik kon me haast niet voorstellen, dat het aantal jongemannen, wat inmiddels al naar buiten gekomen was en het aantal, wat nog binnen was, tegelijk in het café had kunnen zijn. Ontzettend wat een vrolijke, aangeschoten en dronken jongemannen, wat een stank, wat een rook, wat een vuile glaasjes. Ik kon niet door de deur, want op de drempel hing een Soester, met een rossig-rood kroeshaar, om de hals van een meisje. Hij was zijn liefde aan het verklaren en stonk naar jenever. Het arme kind scheen het nog te geloven ook. Ik kon het niet nalaten tegen het meisje te zeggen: “Je bent de zevende vanavond” Ze bevrijdde zich toen maar uit zijn armen en ging opgelucht alleen naar huis. De vent keek een beetje beteuterd en waggelde naar zijn bierglas.
“Gelukkig, dacht ik, behoort hij niet tot de jeugd van Hoogland; laat hij dan beter kunnen voetballen, maar een Hooglands meisje is hij niet waard” Ik vroeg aan iemand uit het ‘Veen’ of er veel Hooglanders geweest waren en of het gezellig geweest was. Over de gezelligheid was hij gauw uitgepraat en ook het aantal Hooglanders was tegengevallen. “Een stuk of vijftien” schatte hij. “Er kwam teveel vreemd volk”, klaagde hij en die verknoeide de geest. Dat er veel vreemd volk kwam moet sikwel geloven, maar dat zij alleen de geest zouden verpesten wild eer bij mij niet meer in, toen er een luidruchtig driemanschap uit Hooglanderveen over de drempel struikelde.
Met de enkele Hooglanders die waren blijven plakken heb ik nog even gezellig gekeuveld en een glaasje bier gedronken. “Het is elf uur!” zei Janus met een Hofnar van een halve gulden tussen zijn lippen en we moesten eruit.
Dit is ongeveer mijn relaas, mijne vrienden. Voor de meeste van jullie zal hetgeen nieuws zijn. Ik heb het alleen bij elkaar geschraapt om er met elkaar nu eens over te praten en te schrijven. Het ligt heus niet aan de jeugd, die zouden zelf graag anders willen. Dat is hier en daar in het verslag wel gebleken ook. Waar het wel aan ligt is moeilijk te zeggen in een paar woorden. Laten we eens doordenken op dit probleem, wat zo belangrijk is voor onze dorpsgemeenschap, waar we allen toebehoren. Ik zou de jeugdraad met klem willen verzoeken de koppen bij elkaar te steken en hier iets aan te doen. De jeugdraad moet toch de gehele jeugd van ons dorp vertegenwoordigen en alleen hunwensen en moeilijkheden behartigen. Het is op zich al een schitterend initiatief, dat er een jeugdraad is. Laat die er blijven.
Nu hebben de ouderen eindelijk eens de kans om ergens te kunnen horen, wat er leeft onder onze jeugd. Allen die verantwoordelijk zijn voor de bouw van Concordia zou ik beleefd willen vragen naar de stem van de jeugdraad te willen luisteren a.u.b., Mijnheer Pastoor, a.u.b. kerk- en gemeentebestuur maak ons Concordia toch gezellig. Laat het toch meer worden dan een ruimte waar de jongens droog kunnen zitten. De bouw is bijna voltooid…in één woord schitterend. Mag de inrichting ook zo worden? Geef de jeugdraad een kans: ze zitten boordevol ideeën. Geeft het Sint Maartentoneel een kans, de K.A.B., de A.B.T.B. De gemeenschap van Hoogland is er mee gemoeid en die wilt u toch dienen. Vraag al deze mensen hunmening en houdt zoveel mogelijk rekening met hun verlangens. Wanneer de jeugd zelf gekend wordt, dan zal ze ons Concordia ook behartigen, dan zullen ze er graag komen en dat is ontzettend belangrijk zoals ik tweede paasdag gemerkt heb.
Kees Boon